Poëzie

schier eiland (museumeiland Groningen)

ingepakt als feest staat op een platte terp
het verwonderpaleis waar kleur koning is

de goudgele voorraadschuur torent triomfantelijk
boven mieren uit die met bedrukte gezichten
in haast geen tijd heen en weer bewegen
in een stilleven vol drukte
waar haast stil wordt
eendenkroos verbleekt

door de koninklijk blauwe poort
waar tassen met boterhammen en vergaderpunten
hennes en mauritz en hemaplastic verliefd mobielen,
gekafte schoolboeken en een aan de hand meegesleept
en roodharig kind,
doorzichtige zomerbroeken met strings,
vouwfietsen en twee oude dames
met hun laatste schreden,
rasta en ruitjesoverhemden
lichtblauw geplaveid langs leeuwlijfwachten en
fluistergewelven een 365-daagse houden langs
de drieluikkunstkijkdoos
de kroon op de stad

de oud-hollandse slotgracht met
bijpassende tegelophaalbrug
waarin een boot vol permanent rondjes vaart

hoe diep is onder mij de tijd in scherven stukgeslagen
schoonheid geconserveerd in een uitgesleten spoor
naar de oude joodse straat, het hart, de vissenogen

ik kijk vandaag en vier het ingepakte feest
dat gek genoeg is wat het is
een lekker dobberende pracht
die zin geeft aan het noorderlicht

© 2003 Matty de Vries

schilderij

Zachte haren sturen uitgestreken
vloeibare kleuren aan een lange steel.
Met hout omgeven staven staven vormen.

Geschraagd voeren vorm en kleur op hennepgaren
een strijd en zeven licht met veel vijven en zessen
totdat het breekt en op zijn plaats valt.

Welbeschouwd kan het voorstellen beginnen.
Kleuren schijnen de kijker recht in de ogen
en zien zich gemoedelijk weerspiegeld.

Hersengolven dragen schoonheid naar de
toeschouwer die allengs in vervoering raakt.
Een pietjesneuker die er acht op slaat.

© 2003 Matty de Vries

voor het bloeden

schreeuw het kind terug
dat met zanderige vingertoppen
het raam bezoedelt en zwaait
naar zijn spiegellach
dag zwaait dag na dag

poets het gezicht maar niet
de afdruk van de indruk
dat het mooi was

© 2003 Matty de Vries

kerkhofje van Oostum

alle doden lief
en zorgzaam vader
moeder haast nooit kind
op een terpje in de wind
Wietske, Arie, Aaltje, Grietje
eeuwigdurend immobiel
als uw leven maar beviel
vlees en been zijn ingekist
stof tot stof haast uitgewist

© 2002 Matty de Vries

neare nacht

Bloed dat krûpt dêr ’t it net gean
kin, stilhâldt dêr ’t it net mear
krûpe kin, oankrûpe kin.

Liiven dy ‘t net mear heisterje
yn it tsjuster, hannen boppe
de tekkens, de neils oanfretten
as kaanferballen, it sykheljen
inkeld in gewoante, de balge
fan in akkordeon dy’t op en del
hymet. Langstme dêr ’t al lang
de skimmel op stiet.

Neat gjin nijs ûnder de sinne
Neat gjin nijs ûnder de moanne

© 2002 Matty de Vries

Ochtendstond (sonnet)

O, merel, vreugde van de dageraad,
in uw geluid hoor ik een schoonheid zingen,
alsof er duizend rode rozen opengingen.
Gij voedt de ochtend met uw mondvoorraad.

Uw keel geopend is een goudbrokaat.
Ik laat uw klanken bij mij binnendringen.
Mijn hart wil haast van blijdschap overspringen,
uw zoete lied smaakt als een honingraat.

Maar deze weelde wordt ruw overstemd
door media met harde house-akkoorden.
Daar zit u, schier onhoorbaar, weggestemd.

Hoe ongerijmd, dit is te gek voor woorden,
gij, merel, staat ontluisterd in uw hemd.
Geluk hangt menigmaal aan dunne koorden.

© 2002 Matty de Vries